B-VCA
Basisveiligheid VCA
Medewerkers die basiskennis nodig hebben om veilig te werken.
- Aantal
- 40 vragen
- Duur
- 60 minuten
Digitora is nog in ontwikkeling.Kijk gerust rond: bestellen en de AI-trainer komen binnenkort. Laat weten dat je interesse hebt.
De trainer ondersteunt B-VCA, VOL-VCA en VIL-VCU. Elk examen toetst op het bijbehorende officiële niveau; de trainer presenteert geen extra zelfgekozen moeilijkheidsniveaus.
B-VCA
Medewerkers die basiskennis nodig hebben om veilig te werken.
VOL-VCA
Operationeel leidinggevenden.
VIL-VCU
Intercedenten en leidinggevenden binnen de uitzendbranche.
De trainer gebruikt de structuur van VCA ETT 3.1. SSVV vermeldt deze versie als van toepassing vanaf 1 september 2026. Omdat exameninformatie kan wijzigen, blijft SSVV de leidende bron.
Elke vraag levert maximaal 100 punten op. Bij twee vraagvormen kun je een deel van die punten halen met een antwoord dat maar voor een deel klopt — maar “voor de zekerheid alles aanvinken” levert je niets op.
Bij de meervoudige antwoordvraag en de matrixvraag wordt per deelantwoord geteld. Zijn er 3 juiste antwoorden, dan is elk juist deelantwoord 33 punten waard; bij 4 juiste antwoorden is dat 25 punten. Vink je iets aan dat níét juist is, dan gaat datzelfde aantal punten er weer af — met een ondergrens van 0 punten voor die vraag. Negatief scoren kan dus niet.
Een meervoudige antwoordvraag met 6 opties, waarvan er 3 juist zijn. Elk juist vinkje is 33 punten waard, elk fout vinkje kost 33 punten.
| Wat je doet | Berekening | Score |
|---|---|---|
| 3 juiste aangevinkt | 3 × 33 | 99 punten |
| 2 juiste, geen foute | 2 × 33 | 66 punten |
| 2 juiste, 1 foute | (2 × 33) − 33 | 33 punten |
| Alle 6 aangevinkt | (3 × 33) − (3 × 33) | 0 punten |
Alles aanvinken geeft dus precies evenveel als niets aanvinken.
| Vraagvorm | Deelscores? | Beste aanpak |
|---|---|---|
| Meerkeuzevraag | Niet van toepassing, er is één antwoord | Nooit leeg laten, altijd een keuze maken |
| Meervoudig antwoord | Ja, punten per juist antwoord en aftrek per fout antwoord | Alleen aanvinken wat je zeker weet |
| Matrixvraag | Ja, punten per juiste stelling en aftrek per foute stelling | Élke stelling invullen, nooit overslaan |
| Rangschikvraag | Nee, de hele volgorde moet kloppen | Loop de stappen na voordat je bevestigt |
| Matchingvraag | Nee, alle koppelingen moeten kloppen | Begin met de koppelingen die je zeker weet |
Bij rangschik- en koppelvragen wordt niet met deelscores gewerkt, omdat de onderdelen sterk van elkaar afhangen: een fout in de volgorde van een procedure maakt de hele procedure onjuist.
Vink aan wat je zeker weet, en laat de rest staan. Twijfel je over één optie? Schat je kans hoger in dan fiftyfifty, dan is aanvinken gemiddeld genomen nog steeds gunstig. Twijfel je écht volledig, dan is het break-even en kun je hem net zo goed laten staan.
Let op: dit geldt niet voor alle vraagvormen. Bij een gewone meerkeuzevraag met één juist antwoord gaan er geen punten af, dus laat die nooit leeg — kies altijd iets. En bij een matrixvraag moet je juist bij élke stelling een keuze invullen; laat je er een leeg, dan laat je punten liggen.
De slaagnorm is 65% van het totaal. Bij B-VCA gaat het om 40 vragen, dus 4.000 punten, waarvan je er 2.600 nodig hebt. Bij VOL-VCA en VIL-VCU zijn het 60 vragen, dus 6.000 punten, waarvan je er 3.900 nodig hebt.
Bij de meerkeuzevraag, de meervoudige antwoordvraag en de matrixvraag rekent de trainer op dezelfde manier. Bij rangschikken en matchen wijkt hij bewust af: daar krijg je in de trainer wél punten voor het deel dat al klopt. Op het examen leveren die vormen alleen punten op als je antwoord helemaal juist is.
Dat verschil zit er met opzet in, want de score in de trainer is geen examenuitslag. Het is een schatting van hoeveel van een toetsterm je aantoonbaar beheerst, en die schatting bepaalt welke leerdoelen terugkomen in je volgende oefensessie. Wie een rangschikvraag op één verwisseling na goed heeft, hoeft de hele toetsterm niet opnieuw te leren. Voor het examen zelf blijft de vuistregel: pas als de hele volgorde klopt, is de vraag goed.
SSVV legt in de Toelichting op de eind- en toetstermen vast dát er deelscores bestaan bij de meervoudige antwoordvraag en de matrixvraag. De puntenverdeling zelf staat daar niet in; die wordt gepubliceerd door erkende examencentra, zoals CBEX en VCA Examen. Omdat exameninformatie kan wijzigen, controleer je de actuele voorwaarden bij het examencentrum waar je examen doet.
Ja. De trainer oefent met dezelfde vijf gesloten vraagvormen die SSVV beschrijft in bijlage 3 van de Toelichting op de eind- en toetstermen. Je komt in de trainer dus geen vraagvorm tegen die op het examen niet bestaat, en andersom ook niet.
Elke toetsterm heeft een taxonomiecode. Een K betekent dat je kennis moet reproduceren; die toetstermen worden met een meerkeuzevraag getoetst. Een T betekent dat je kennis moet toepassen in een gegeven werksituatie. Daar is per toetsterm afgewogen welke vraagvorm het beste past — het gaat er dan om dat je in een situatie de juiste keuze maakt, niet dat je feiten kunt opsommen.
Bij zo'n toepassingsgerichte vraag hoort altijd een situatiebeschrijving die alle informatie bevat die je nodig hebt om te antwoorden. Moet je informatie erbij verzinnen, dan klopt de vraag niet.
| Vraagvorm | Hoe hij eruitziet | Waarvoor hij wordt gebruikt |
|---|---|---|
| Meerkeuzevraag | Drie antwoordalternatieven, waarvan er één juist is. | Kennisgerichte toetstermen, en toepassingsgerichte toetstermen met een beperkte reikwijdte. |
| Meervoudig antwoord | Vier, vijf of zes alternatieven met meerdere juiste antwoorden. Er wordt niet verteld hoeveel er juist zijn. | Situaties waarin veilig werken meerdere juiste keuzes vraagt, zoals het kiezen van de persoonlijke beschermingsmiddelen bij een klus. |
| Matrixvraag | Drie of vier stellingen, die je elk beoordeelt met ja/nee of juist/onjuist. | Toetstermen waarbij meerdere aspecten in één vraag horen, zoals het toepassen van de richtlijnen van een werkvergunning. |
| Rangschikvraag | Drie of vier aspecten die je in de juiste chronologische of logische volgorde zet. | Het prioriteren van maatregelen, of het bepalen van de volgorde waarin je handelt. |
| Matchingvraag | Drie of vier begrippen die je koppelt aan het juiste begrip uit een tweede rijtje. | Het leggen van een relatie tussen aspecten, zoals pictogrammen van gevaarlijke stoffen aan de bijbehorende maatregel. |
Bij een meervoudige antwoordvraag wordt niet verteld hoeveel antwoorden juist zijn. Dat hoort bij de vorm: het examen wil weten of je zelf kunt bepalen welke maatregelen nodig zijn.
Lees de SSVV-Toelichting op de eind- en toetstermenDigitora neemt geen officiële examens af en geeft geen diploma uit. Gebruik de trainer om te oefenen en controleer planning, voorwaarden en actuele examendetails bij een erkend examencentrum.